Saturday, November 17, 2007

Dood tij



Mijn geest zweeft nog ergens tussen Mexico en Nederland; gaat naar links, naar rechts, omhoog, omlaag, vooruit en achteruit, maar beweegt zich vooral in de vierde dimensie, van heden naar verleden, naar toekomst. Zweeft boven een baaierd van gedachten, ziet nog de blauwe taco's, die Ben en ik aten voor we snel en schor afscheid namen in Toluca, ruikt nog het houtskoolvuurtje onder de hete plaat, waarop ze gebakken werden, proeft nog de verse koriander, ziet nog de bruine gezichten, de gaten in de straat, de zwarte levendige vogels, al het andere. Hoort nog het zachte Spaans.


Mijn lichaam is al lang geland en raast met volle snelheid vooruit, wordt op idiote tijden wakker of wil juist slapen als niemand anders dat wil. Wordt nog niet aangestuurd omdat mijn geest nog weg is.


Mijn lichaam wil vooruit, maar weet niet waarheen. Mijn geest wil ook wel, maar kan niet zonder uitgerust lichaam. Een paar dagen wachten maar. Dood tij.
Vanaf half drie heb ik wakker gelegen en geluisterd naar WDR3, waar klassieke muziek werd afgewisseld met de Duitse taal, die als zachte balletjes door de nacht rolde



Op het vliegveld heb ik om de tijd te doden "Tijd van onbehagen" gelezen. Geen verloren tijd. In het vliegtuig moest ik slapen, maar mijn lichaam wilden niet tien uur op een te krappe plaats blijven. Uiteindelijk wilde ik staan achter bij de pantry, waar ik onverhoeds, zittend op een stoel van een van de blauw geklede naranjameisjes van de KLM toch onverhoeds in slaap sukkelde. Lezen kon niet omdat ze de lichten uit gedaan hadden. Dat was pas echt een tijd van onbehagen.
Nu wordt het licht.
Het is weer zondagochtend. Ik eet een boterham en ga naar buiten.




Thursday, November 15, 2007

Dode tijd






Als ik naar rechts kijk zie ik de gang naar de check-in voor internationale vluchten van het vliegveld Benito Juarez, dacht ik, in Mexico-city.



Het is nog een flinke tijd wachten tot mijn vlucht naar Nederland zal vertrekken. Het is een geschikte tijd om wat achterstallig onderhoud op het gebied van foto`s bij het blog te doen. Volgens mij heb ik hier een snelle verbinding en ook nog een usb-aansluiting.




Gisteren heb ik me gewaagd aan de beklimming van het monument van Jesus Rey, dat uittorent boven Tenancingo. Midden op de dag en zonder dat ik voldoende gegeten had was het een helse bezigheid op die uitdaging aan te gaan, maar, hoewel ik weet dat sommige woorden aan slijtage onderhevig zijn als je ze te veel gebruikt, was het uitzicht formidabel en al die moeite zonder meer waard. De witte vlekken, die te zien zijn, zijn allemaal kassencomplexen, de meeste voor de bloementeelt. Allemaal Benjamins werkterrein. Er zijn nog meer foto`s van andere complexen te maken. Zijn rayon is groter in oppervlak dan Nederland. "Ein weites Feld", zou je kunnen zeggen.



Vanaf de berg is ook het huis van B&F te zien: links van de grote cypres

Daar in de buurt heb ik inmiddels heel wat sporen liggen.
Geen dode tijd dacht ik, maar springlevend.





Wednesday, November 14, 2007

San Antonio

In dit land is overvloed aan van alles: tijd, water, zon, aarde, mensen, honden, afval. Er gaat dan ook nogal eens iets verloren van alles wat hier boven genoemd is, want zo heel erg is dat allemaal niet in tel.

Bij mij is gisteren iets rampzaligs verloren gegaan: mijn paspoort. Altijd leg ik, of stop ik, mijn spullen op een vaste plaats om verlies te voorkomen, maar gisterochtend was mijn paspoort nergen te vinden, ook niet nadat ik alle zakken en zakjes binnenstebuiten had gekeerd. Om 10:00 uur zat ik in dit internetcafe om, tegen beter weten in te vragen of ze het hadden gevonden. Niet dus. Toen de ambassade gemaild, dat ik er aan kwam om een noodpaspoort te halen. Akelig, want met het originele paspoort moet ik mijn terugreis zien te regelen. Gedoe. Steekpenningen?

Tegen verlies van zaken doen ze hier niet aan preventie in de zin van goed opbergen en zo, maar ze hebben er iets op gevonden en roepen San Antonio aan. Ik had tegen het verlies en vergeten van dingen een mentale ondersteuning voor Ben en Fabiola bedacht. Een plank, die over was geschoten van de meubelmakerij, met daarop de tekst: Hebben we alles wat we hebben moeten? (naar Koot en Bie, voor Ben) en een afbeelding van San Antonio (naar de katholieke traditie voor Fabiola). Vlak voor ik naar Tenancingo Central ging heb ik het aan de muur gehangen, maar voor mij was de lol er wel af. De grap had zich tenslotte met ongekende wreedheid tegen me gekeerd. Wee de spotters, ze zullen vergaan of in elk geval lelijk op de koffie komen.

Na het internetcafe weer naar huis. Ik ging liggen lezen om mijn gedachten te verzetten en viel bijna in slaap tot de akelige gedachte van het verloren paspoort weer boven kwam: Het kan niet weg zijn. Nog maar weer eens een greep in de rode rugzak. En daar was het. In de enige zak waar ik niet had gezocht.

Er zijn meerdere mogelijkheden om dit uit te leggen. Ik hanteer en voor het gemak maar eens een. Tenslotte doen ze dat hier allemaal als er weer eens iets verloren is gegaan en terug gevonden:

Gracias San Antonio.

Saturday, November 10, 2007

Tilburg

Tenancingo wordt overheerst door een werkelijk gigantisch christusbeeld. Het is blauw gekleurd en ´s nachts is het als of het van binnenuit wordt verlicht. Elke avond en elke morgen komt uit de richting van het beeld een geluid van lamzakkig zingen dat ik op die manier en zo langdurig nog nergens heb gehoord. Een priester zingt op zeurderige toon een lelijke melodie, die iets of iemand de hemel in moet prijzen. Hij zakt daarbij heel erg dus het schiet niet op.
Als hij een van zijn riedels heeft afgedraaid beveelt hij snauwend een kind hem na te doen. Het arme kind, jongetje of meisje, dat is niet goed te horen, doet zijn of haar best. Maar om een of andere reden heeft hij de verkeerde uit gekozen of het kind is zo geïntimideerd dat het bijna geen adem kan halen, want de geluiden, die het voortbrengt kunnen nog juist als melodie herkend worden, maar welke dat is, is volkomen onduidelijk. Laten we het maar gewoon ongelofelijk vals noemen. Op een moment is het zelfs de tekst helemaal kwijt en begint dan, bijna huilend, van arrenmoede maar opnieuw.
Deze rampzalige performance is zowel in de ochtend van een uur of 6:30 tot 7:30 uur als ´s avond een uur lang rond een uur of acht.

Onbegrijpelijk dat in een land met zoveel heiligen, zo veel heiligschennis getolereerd wordt.
Religieuze muziek behoort vaak tot de mooiste omdat in het bedenken en uitvoeren er van alle kunde en aandacht van de maker en de uitvoerders worden gecombineerd met de liefde voor het onnoembare.
Wat bezield iemand om dat op deze manier tot uiting te brengen. Is er dan niets meer heilig? Hebben die lui geen interesse voor wat ze doen of geen smaak?

Was ik maar in Tilburg. Daar krijgt de pastoor tenminste nog een kortgeding aan zijn broek als hij teveel lawaai maakt.

Ik ga proberen die lui morgen te vinden en de draden van de luidsprekers door te knippen als ze niet te overreden zijn op te houden hun valse geluiden over deze stad uit te braken.

Tuesday, November 6, 2007

Dikke man

Het zit niet helemaal mee vandaag. Was ik bij het vorige blog nogal kort omdat ze wilden sluiten en het laden van foto,s heel veel tijd kostte, vandaag zit ik achter een pc waar geen foto,s op kunnen.
Dat is jammer, want ik heb dacht ik nog een mooie foto van de grootste lapzwans, die ik ooit gezien heb. De chauffeur van de verhuiswagen.
Maandag hebben we het hele zaakje ingepakt in een kleine vrachtwagen. Om een of andere reden kwam de bestelde grote wagen niet. De kale chauffeur, die hem kwam brengen beweerde dat alles er facil in kon. Facil is te veel gezegd, maar met flink stampen lukte het. Kale men liet zich vervangen door dikke man, die even na ons in Tenancingo arriveerde. Hij leunde met zijn dikke achterwerk tegen de auto van Ben, een meter of tien voor de achterkant van zijn vrachtwagentje en keer kauwgomkauwend toe hoe we anderhalfuur lang zware stukken en dozen uit de wagen haalden. Dat alles zonder een vin te verroeren. Dan liever kleine man Elias, die dapper en volhoudend meesjouwde.

Vandaag is de eerste complerte dag in Tenencingo. Ik zit in een internetcafeetje met het gezicht op de straat waar het verkeer langsdondert.
Aan de overkant van de straat een paar winkeltjes.
Ritmo Latino, een kledingwinkel voor danskleding, die buitengewoon ver boven de knie eindigt.
El Centenario, compramos oro y plata, waarvan de eigenaresse nu met een of ander chemisch spulletje test of alles wel zuiver op de graat is,
Een kleine copyshop en de onvermijdelijke torteria, die nog gesloten is.

Schuin tegenover me zie ik het enorme Christusbeeld, waarop ik me kan orienteren als ik de weg kwijt ben. Nu kijk ik er frontaal tegenaan. Bij Ben thuis zie ik het van de linkerkant.

Vermoeide man gaat er mee stoppen.

Sunday, November 4, 2007

Vreemde zondag

Om 8:30 uur een wandeling gemaakt in de zon, terwijl de kerkklokken luidden. Daar zijn geen foto´s van. Ze kunnen toch niet weergeven hoe zoiets is.


Daarna vrijwel de hele dag ingepakt, losgeschroefd, opgestapeld, verplaatst en zo. Nu is bijna alles klaar voor morgen.


Daar is wel een foto van.


De laatste dag in Tuxpan.
Adan, eigenaar van de houtzagerij is kandidaat voor burgemeester. Ik kan geen interview meer afnemen.
Nog even Ingrid bezocht. Die had ik nog wel eens willen spreken.
Het is donker geworden. Terug naar Fracc. Luis Donaldo Colosio voor de laatste resten en een biertje.


nagekomen


Nog van gisteren.
Na gekomen betekent ook dichtbij gekomen, schiet me te binnen

Saturday, November 3, 2007

Dooie honderd

Vanaf het vliegveld in Mexico herkende alles en iedereen me. Het is natuurlijk ook nog maar een half jaar geleden dat ik hier was.

De vrouw bij de immigratiebalie was even onpersoonlijk en ongeïnteresseerd als de vorige keer. Ik dacht een blik van herkenning te zien toen ze mijn pasfoto vergeleek met mijn vermoeide gezicht.
Daarna Ben en Fabiola, dat leidde geen twijfel, die herkenden me. Ook het waanzinnige verkeer in de stad had me eerder gezien. Zelf herkende ik de wonderlijke manier waarop Ben en Fabiola de weg in de heksenketel probeerden te vinden: bij stoplichten aan taxichauffeurs en andere deskundigen vanuit het open raampje de weg vragen. Dat duurde een uur of twee, misschien meer.
Gina herkende me ook al was het vanuit een ander flatje Ik heb er honing en een amarillusbol achter gelaten. Zonder Omar, want die is buiten beeld geraakt. Jammer.
De volgende dag naar onbekend terrein het migratiebureau, waar Ben in verband met zijn nieuwe werk een nieuwe vergunning nodig zou moeten hebben. Dat ging ongekend snel. In ruim drie kwartier stonden we al weer buiten voor iets dat ook via de post of de mail had gekund. Het kostte verder alleen maar heen en weer rijden naar Mexico-city, maar wie maalt om tijd en efficiency
Onderweg was er ook een en al herkenning. De bergen, de wegen, de mensen, die altijd in groepjes ergens vandaan komen uit de landweggetjes en ergens heen gaan.
De zon wist dat ik pigment verloren ben en liet me dat al voelen door de ruit van de auto
Onder de honderd dode dingen wuifde de dode bruine hond, die tussen Toluca en Zitacauaro aan de rand van de weg eeuwig lag te rusten, met een slap oor naar de auto voor ons en vast ook naar mij toen wij passeerden.
In Tuxpan was misschien wel het leukste moment van herkenning: Anouk kwam op me toe lopen met de kikker, die ik zojuist had gegeven.
Dat moment had natuurlijk een foto moeten opleveren voor het blog en dat heeft het ook, maar ik ben mijn reader in huis laten liggen.
Volgende keer dan maar