Wednesday, April 30, 2008

Tuineren op de vulkaan


Maandag zijn Ben en ik vertrokken in de richting van Puebla om daar in die buurt kassencomplexen te aan bezoeken. Ze hebben daar grote behoefte aan hommels voor de bestuiving van de gewassen en aan allerlei gedierte om ander gedierte als witte vlieg en trips te bestrijden. De verkoop van dat soort artikelen is geen sinecure en er moet eel wat gepraat worden om ze te slijten. Het is een erg interessante streek aan de voet van de Popocatepepl. De boden van de vallei die daar ligt bestaat uit vulkanisch materiaal: as en dikke brokken. De grond is in kleine percelen verdeeld, die op regelmatige afstanden gescheiden worden door wallen van vulkanische brokken. Ze zijn begroeid geraakt met bomen en agave.
Aan het eind van de dag vonden we een hotel, waar men Ben kende van vorige reizen. In het begin van de avond gingen we eten. Ik zelf vertilde me natuurlijk aan een gronderig smakende vis. Daarna terug naar het hotel om wat uit te rusten van een dag kijken en praten.
De eigenaar van het hotel bood ons vreemd genoeg een volkstuintje aan wat we enigszins bevreemd, maar toch nieuwgierig accepteerden. We gingen direct kijken. Het was een wat vreemd gevormd stukje grond dat grensde aan een zijde aan een weg en natuurlijk aan de andere kant begrensd werd door zo´n stenen walletje begroeid met agave. Omdat et nog licht was begonnen we direct te spitten in de rulle grijze grond. Donkergrijs omdat het was regende. Het rook naar zwavel zoals de Enka vroeger deed. Dezelfde geur, die ik nu en dan onderweg rook: vulkaanlucht.
Toen weer terug naar het hotel. Daar viel ik tijdens het kijken naar Survivorman, een extreme makeover van Ray Mears, in slaap en droomde dat de hoteleigenaar zijn aanbod terug trok. Dat was balen, want de helft was inmiddels omgespit.
Toch een buitengewoon leerzame en geslaagde trip

Saturday, April 26, 2008

Vandaag

Of het nu gisteren of vandaag heel vroeg was weet ik niet meer, maar op het vorige blog stonden de koffers klaar voor vertrek. Op het schrale station van Toluca heb ik een nog schralere foto gemaakt van de koffers, klaar om in de bus geladen te worden. Ik plaats de foto hier niet bij, want dat kan iedereen zich ook zo wel voorstellen.

Het is hier prima. We hebben nog wat te lijden van een jetlag, maar dat zal met een nacht goed slapen wel over zijn.
Prachtig weer. Er is tot nu toe een rimpel. Die was in het wegdek. Daar heb ik mijn teen lelijk beschadigd. Eigenlijk moet dat veel positiever geformuleerd worden: er zijn talloos vele rimpels in het wegdek en er is maar een, waar ik mijn teen aan beschadigd heb.

Dat was in elk geval vandaag.

Een volgende keer met foto, want bepaald niet alles is schraal om te zien of gemakkelijk voor te stellen.

Thursday, April 24, 2008

Morgen





Morgen gaan we weer naar Mexico. De meeste dingen zijn al ingepakt. Ze staan al klaar in de gang. Mijn zwarte rugzak staan nog op de slaapkamer. De rode van Rini bevat alles wat van waarde is en onder voortdurende controle moet zijn.

Vandaag is een mooie gelegenheid om het blog weer leven in te blazen.



Saturday, November 17, 2007

Dood tij



Mijn geest zweeft nog ergens tussen Mexico en Nederland; gaat naar links, naar rechts, omhoog, omlaag, vooruit en achteruit, maar beweegt zich vooral in de vierde dimensie, van heden naar verleden, naar toekomst. Zweeft boven een baaierd van gedachten, ziet nog de blauwe taco's, die Ben en ik aten voor we snel en schor afscheid namen in Toluca, ruikt nog het houtskoolvuurtje onder de hete plaat, waarop ze gebakken werden, proeft nog de verse koriander, ziet nog de bruine gezichten, de gaten in de straat, de zwarte levendige vogels, al het andere. Hoort nog het zachte Spaans.


Mijn lichaam is al lang geland en raast met volle snelheid vooruit, wordt op idiote tijden wakker of wil juist slapen als niemand anders dat wil. Wordt nog niet aangestuurd omdat mijn geest nog weg is.


Mijn lichaam wil vooruit, maar weet niet waarheen. Mijn geest wil ook wel, maar kan niet zonder uitgerust lichaam. Een paar dagen wachten maar. Dood tij.
Vanaf half drie heb ik wakker gelegen en geluisterd naar WDR3, waar klassieke muziek werd afgewisseld met de Duitse taal, die als zachte balletjes door de nacht rolde



Op het vliegveld heb ik om de tijd te doden "Tijd van onbehagen" gelezen. Geen verloren tijd. In het vliegtuig moest ik slapen, maar mijn lichaam wilden niet tien uur op een te krappe plaats blijven. Uiteindelijk wilde ik staan achter bij de pantry, waar ik onverhoeds, zittend op een stoel van een van de blauw geklede naranjameisjes van de KLM toch onverhoeds in slaap sukkelde. Lezen kon niet omdat ze de lichten uit gedaan hadden. Dat was pas echt een tijd van onbehagen.
Nu wordt het licht.
Het is weer zondagochtend. Ik eet een boterham en ga naar buiten.




Thursday, November 15, 2007

Dode tijd






Als ik naar rechts kijk zie ik de gang naar de check-in voor internationale vluchten van het vliegveld Benito Juarez, dacht ik, in Mexico-city.



Het is nog een flinke tijd wachten tot mijn vlucht naar Nederland zal vertrekken. Het is een geschikte tijd om wat achterstallig onderhoud op het gebied van foto`s bij het blog te doen. Volgens mij heb ik hier een snelle verbinding en ook nog een usb-aansluiting.




Gisteren heb ik me gewaagd aan de beklimming van het monument van Jesus Rey, dat uittorent boven Tenancingo. Midden op de dag en zonder dat ik voldoende gegeten had was het een helse bezigheid op die uitdaging aan te gaan, maar, hoewel ik weet dat sommige woorden aan slijtage onderhevig zijn als je ze te veel gebruikt, was het uitzicht formidabel en al die moeite zonder meer waard. De witte vlekken, die te zien zijn, zijn allemaal kassencomplexen, de meeste voor de bloementeelt. Allemaal Benjamins werkterrein. Er zijn nog meer foto`s van andere complexen te maken. Zijn rayon is groter in oppervlak dan Nederland. "Ein weites Feld", zou je kunnen zeggen.



Vanaf de berg is ook het huis van B&F te zien: links van de grote cypres

Daar in de buurt heb ik inmiddels heel wat sporen liggen.
Geen dode tijd dacht ik, maar springlevend.





Wednesday, November 14, 2007

San Antonio

In dit land is overvloed aan van alles: tijd, water, zon, aarde, mensen, honden, afval. Er gaat dan ook nogal eens iets verloren van alles wat hier boven genoemd is, want zo heel erg is dat allemaal niet in tel.

Bij mij is gisteren iets rampzaligs verloren gegaan: mijn paspoort. Altijd leg ik, of stop ik, mijn spullen op een vaste plaats om verlies te voorkomen, maar gisterochtend was mijn paspoort nergen te vinden, ook niet nadat ik alle zakken en zakjes binnenstebuiten had gekeerd. Om 10:00 uur zat ik in dit internetcafe om, tegen beter weten in te vragen of ze het hadden gevonden. Niet dus. Toen de ambassade gemaild, dat ik er aan kwam om een noodpaspoort te halen. Akelig, want met het originele paspoort moet ik mijn terugreis zien te regelen. Gedoe. Steekpenningen?

Tegen verlies van zaken doen ze hier niet aan preventie in de zin van goed opbergen en zo, maar ze hebben er iets op gevonden en roepen San Antonio aan. Ik had tegen het verlies en vergeten van dingen een mentale ondersteuning voor Ben en Fabiola bedacht. Een plank, die over was geschoten van de meubelmakerij, met daarop de tekst: Hebben we alles wat we hebben moeten? (naar Koot en Bie, voor Ben) en een afbeelding van San Antonio (naar de katholieke traditie voor Fabiola). Vlak voor ik naar Tenancingo Central ging heb ik het aan de muur gehangen, maar voor mij was de lol er wel af. De grap had zich tenslotte met ongekende wreedheid tegen me gekeerd. Wee de spotters, ze zullen vergaan of in elk geval lelijk op de koffie komen.

Na het internetcafe weer naar huis. Ik ging liggen lezen om mijn gedachten te verzetten en viel bijna in slaap tot de akelige gedachte van het verloren paspoort weer boven kwam: Het kan niet weg zijn. Nog maar weer eens een greep in de rode rugzak. En daar was het. In de enige zak waar ik niet had gezocht.

Er zijn meerdere mogelijkheden om dit uit te leggen. Ik hanteer en voor het gemak maar eens een. Tenslotte doen ze dat hier allemaal als er weer eens iets verloren is gegaan en terug gevonden:

Gracias San Antonio.

Saturday, November 10, 2007

Tilburg

Tenancingo wordt overheerst door een werkelijk gigantisch christusbeeld. Het is blauw gekleurd en ´s nachts is het als of het van binnenuit wordt verlicht. Elke avond en elke morgen komt uit de richting van het beeld een geluid van lamzakkig zingen dat ik op die manier en zo langdurig nog nergens heb gehoord. Een priester zingt op zeurderige toon een lelijke melodie, die iets of iemand de hemel in moet prijzen. Hij zakt daarbij heel erg dus het schiet niet op.
Als hij een van zijn riedels heeft afgedraaid beveelt hij snauwend een kind hem na te doen. Het arme kind, jongetje of meisje, dat is niet goed te horen, doet zijn of haar best. Maar om een of andere reden heeft hij de verkeerde uit gekozen of het kind is zo geïntimideerd dat het bijna geen adem kan halen, want de geluiden, die het voortbrengt kunnen nog juist als melodie herkend worden, maar welke dat is, is volkomen onduidelijk. Laten we het maar gewoon ongelofelijk vals noemen. Op een moment is het zelfs de tekst helemaal kwijt en begint dan, bijna huilend, van arrenmoede maar opnieuw.
Deze rampzalige performance is zowel in de ochtend van een uur of 6:30 tot 7:30 uur als ´s avond een uur lang rond een uur of acht.

Onbegrijpelijk dat in een land met zoveel heiligen, zo veel heiligschennis getolereerd wordt.
Religieuze muziek behoort vaak tot de mooiste omdat in het bedenken en uitvoeren er van alle kunde en aandacht van de maker en de uitvoerders worden gecombineerd met de liefde voor het onnoembare.
Wat bezield iemand om dat op deze manier tot uiting te brengen. Is er dan niets meer heilig? Hebben die lui geen interesse voor wat ze doen of geen smaak?

Was ik maar in Tilburg. Daar krijgt de pastoor tenminste nog een kortgeding aan zijn broek als hij teveel lawaai maakt.

Ik ga proberen die lui morgen te vinden en de draden van de luidsprekers door te knippen als ze niet te overreden zijn op te houden hun valse geluiden over deze stad uit te braken.