Sunday, November 2, 2008

Afrikaanse weg


Nu even iets heel anders.
Ter herinnering aan onze reis naar Ethiopië heeft de gemeente Ede voor onze deur een Afrikaanse weg aangelegd. Tijdelijk weliswaar, maar toch.




Nora heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om haar eerste stappen op zo’n weg te zetten. Het is haar goed bevallen zo te zien.



De foto’s zijn behoorlijk uniek. Zo rustig en modderig zal het misschien nog een week of wat zijn, maar dan is het experiment om een voorbeeld aan Afrika te nemen waarschijnlijk weer voorbij en ligt er weer asfalt.

Jammer, want men houdt hier niet zo van modderwegen. Het is trouwens goed mogelijk dat in Afrika ook de voorkeur uit gaat naar een ander wegdek.




De Afrikaanse weg in Bennekom is ook een originele reactie van de gemeente op een kleine tien jaar duwen en trekken van onze kant om de weg verkeersluw te krijgen.

Dat is dus gelukt.

What’s your name




In het Tanameer ontspringt de Blauwe Nijl. De waterval, waar de rivier mee zou beginnen, moesten we natuurlijk zien. Eerst de beroemde “Portugese Brug” over. Daarna een eindje klimmen, een zijstroompje van de Nijl doorwaden, een eind aan de andere kant langs de beroemde rivier lopen om tenslotte via een pontje de Nijl weer over te steken. De watervallen konden we zo van alle kanten bekijken en beluisteren.

Het liep wat anders.

De Portugese Brug was indrukwekkend, maar bij het eindje klimmen kwamen we Kalanchoe tegen, een jaar of acht en gewiekst verkoopster van sjaals, mogelijk in China geweven, maar niet als zodanig gepresenteerd.



“What’s your name?” eiste ze voor ze de onderhandelingen opende op een toon van: “Wat kom je doen?”. Na de nodige formaliteiten presenteert ze haar sjaals, allen even mooi en slechts 50 Birr per stuk, dat is zo’n twee dagen werken voor een bouwvakker in Addis, misschien een beetje veel. We hadden er nog geen zin in en zeiden “nee” en voegden daar, omdat ze aardig was, “nu nog niet” aan toe. “Wanneer dan wel?” “Ik loop wel met je mee”. “Ik wacht wel hier”. Daar komt ook Shoshona aan. “Ik heet Shoshona en mijn sjaals zijn even prachtig”. “Maar ik heet Kalanchoe en ik was eerst”.
We dachten handig te zijn door te zeggen dat we ze op de terugweg wilden kopen. “Remember me, I am Kalanchoe. Remember me”. “I am Shoshona. Remember me.” “Remember me first, I am Kalanchoe”.
Geleidelijk aan daagt er iets in haar ogen: “Jullie komen niet terug he?” “Maar als jullie terug komen, dan wacht ik op je”


De eerste verkoopsters

Door de regenval van die ochtend staat de rivier te hoog. De gidsen zeggen dat het gemakkelijk kan, maar ze moeten tot hun middel door het water waden. Dat kan niet, zeker niet voor de hele groep farenchi’s. We gaan terug.

Ze wachten nog.
Hoe kunnen we jullie vergeten.



Beelden van de twee zijn er niet. In de drukte van de onderhandelingen was dat niet mogelijk. Wel zijn er de hutten waar ze wonen.

Wednesday, October 22, 2008

Kuifjes in Ethiopië (2)




Rini’s kuifje trok ruimschoots de aandacht en de vrouwen toonden die ook. De hadden bewondering voor de prachtige rechte haren en de fraaie zilveren draden, die niet kunstmatig bleken te zijn. Een paar maal is er overleg geweest of er niet een mogelijkheid zou zijn om te ruilen, maar in praktijk bleek dat niet goed haalbaar te zijn. Daar komt nog bij dat we hier, in Nederland, niet de juiste geur koeienboter hebben om het haar te onderhouden en van de juiste glans te voorzien.



Jammer. We zijn het waard.




Gelukkig hadden we Jordanas, die wel eens ingewikkelde vlechtjes wilde zetten in recht haar. Alleen zou dat weer te lang gaan duren, want de bus rijdt ook, of misschien wel juist, in Ethiopië op tijd. Wachten tot de volgende bus duurt minstens een dag.

Jammer. Volgende keer dan maar.

Niets



De afgelopen paar dagen, in de herfstvakantie van Rini, zijn we naar Doldersum geweest.
Daar was totaal niets te beleven.
Het landschap zoals dat hier te zien is zagen we vanuit het raam van het huisje. Daar veranderde uren lang niets aan dan de schaduwen van de bomen. Nu en dan bewogen de kruin van een boom of de bladeren aan de braamstruik. De eekhoorn zat veel stil bij de broodresten die we neerlegden. Een koolmees bereidde zich ogenschijnlijk al voor op langdurig zitten in zijn nestkastje. Een enkel mens bewoog van tijd tot tijd langs het weggetje op de achtergrond,traag zijn hond uitlatend. De grote zwarte labrador maakte zich met onhandige sprongen druk in het hoge natte gras.
Datis tenminste iets.
Verder was het niets en dat is fantastisch

Tuesday, October 14, 2008







Kuifjes in Ethiopië (1)

Op het vliegveld van Addis ontmoetten we bij aankomst Moti, Shibire, Jalane, die vroeger, maar nu ook nog wel Gifty heette, Roba en Robera.
Ze hadden er allemaal duidelijk schik in en toonden trots hun kuifjes. Ik kon ze gemakkelijk van boven fotograferen en dat komt tenslotte niet zo vaak voor.

Een maal thuis vonden de jongens het wel mooi genoeg en hulden zich als echte Leeuwen van Juda in de oranje resten van verloren voetbalwedstrijden. Gifty daarentegen trok, niet helemaal spontaan, de traditionele kleding van Oromovrouwen aan.

Kuifjes zijn verder ook niet onbekend in Ethiopië. Dit kuifje troffen we aan in het onbekende westen in het dorpje waar Moti’s zus woont. Het jongetje dat zich er mee gekleed had moest nog wat wennen aan de foto.



Kuifjes zijn belangrijk in Ethiopie.

Sunday, October 12, 2008

Het ongerijmde



Verhalen uit het ongerijmde.


Deze zomervakantie zijn we in Ethiopië geweest. De laatste jaren hebben we tijdens onze vakanties wat op het blog gezet. Deze keer niet. Dat heeft meerdere redenen.

Een ervan is dat we heel vaak, soms dagen achterelkaar geen toegang tot internet hadden. Er waren simpelweg geen internetcafe’s: de stroom was uitgevallen of het was zo traag dat we alleen al een uur nodig hadden om de eigen email even in te zien. Dus geen verhalen of foto’s heet van de naald.

Een andere, veel belangrijker reden is dat het land zo overweldigend is dat we niet wisten wat we zouden schrijven. Niets is klaarblijkelijk. Alles is in tweede instantie anders dan in eerste. Voortdurend ligt er iets achter. Verleden en heden lopen liggen dicht tegen elkaar aan. Geschiedenis, zoals die vanuit het westen gezien wordt, is vaak niet meer dan mythe in onze ogen, maar wordt als geschiedenis gezien.
























Rijkdom blijkt armoede, armoede rijkdom.







Om in een land op vakantie te gaan waar op dat moment hongersnood heerst geeft een buitengewoon onbehagelijk gevoel, maar we hebben geen honger gezien of zijn we soms echt stekeblind.
In een werelddeel in de zon zagen we die in Addis vaak dagen lang nauwelijks en waren de basiskleuren bruin en grauw, de temperatuur ’s avond rond de 15 graden en overdag vaak niet boven de 20. Bovendien was de regen niet lauw, maar gewoon koud.

Verhalen uit het ongerijmde gaat niet zo snel.



Bouwen in Ethiopie gaat zo:

Saturday, July 19, 2008

Voorbeeld


Landschap bij Abuna, Ethiopië.

Het duurt niet lang meer voor we door dit soort landschappen zullen lopen.

De voorpret hebben we bijna gehad. De koffers en rugzakken zijn vrijwel ingepakt. Rini haalt nu de treinkaartjes voor de reis naar de nationale luchthaven van België bij Brussel.

Morgen rond deze tijd zitten we in de trein naar Brussel. Overmorgen rond deze tijd lopen we in Addis Abeba.

Om te voorkomen dat de beelden van landschappen, die we al verlaten hebben, op het netvlies blijven verschijnen heb ik nu dit voorbeeld geplaatst. Misschien dat het helpt.
Het zal wel weer even een schok zijn om van de natte kou op 19 m boven de zeespiegel in Bennekom op een vroege maandagochtend in Addis op 2000 m te landen als daar de zon net een paar uur op is en de warmte voelbaar begint te worden.

We zijn er klaar voor, voor zover dat mogelijk is tenminste.